Vanwaar deze idee?
Naar aanleiding van de noodzaak om een rij versleten en omvallende coniferen te rooien en te vervangen, heeft de gemeenschap ervoor geopteerd, in een wat verwilderd hoekje van onze unieke kloostertuin een klein stadsbosje (of “Tiny Forest“) aan te planten.
Een Tiny Forest is een dichtbegroeid minibos van ongeveer 250 m2 in stedelijk gebied. Bij de aanleg plant je maximaal 600 bomen die bestaan uit hooguit veertig verschillende inheemse soorten. Het doel is vooral om de biodiversiteit in de stad te vergroten en om bewoners in contact te brengen met de natuur, zodat ze zich er bewust van worden hoe belangrijk biodiversiteit is.
Welke voordelen biedt zo’n minibosje nog?
“Tiny Forests” zijn goed tegen hittestress en ze kunnen heel veel regenwater opvangen bij extreme buien bijvoorbeeld. Dat water stroomt dan niet de riolering in en hoeft niet gezuiverd te worden. Zo’n minibosjes kan ’s zomers wel twintig graden koeler kan zijn dan op straat.

Hoelang duurt het voor je een echt minibos hebt?
Als je begint, zijn de boompjes nog jong en klein. De eerste twee jaar gebeurt er vooral veel onder de grond. Pas daarna zie je resultaten boven de grond. Maar de biodiversiteit profiteert meteen enorm. Als een “klein stadsbos” ouder wordt verdwijnen de kruiden, wat jammer is omdat daar veel diersoorten van profiteren. Het helpt daarom om kruidenrijk grasland om een “klein stadsbos” heen te leggen. Daarmee boots je de bosrand na van een echt bos.
Wat is het verschil met een voedselbos?
Het grootste verschil is dat je bij kleine voedselbossen vooral vruchten, noten en kruiden kunt vinden. De bomen en struiken staan minder dicht op elkaar en niet alle soorten zijn inheems. Maar we zijn van plan ook een paar fruit- en notenbomen in de bosrand te integreren.
Waarom een boom planten?
Bomen worden niet voor niets de longen van de aarde genoemd. Zonder hen zou er geen leven op deze planeet zijn. Dat is reden genoeg om er zoveel mogelijk te planten.
Bomen dragen inderdaad in grote mate bij aan het milieu door zuurstof te leveren, leefruimte en voedsel te bieden wilde dieren en allerlei nuttige insecten te ondersteunen, de luchtkwaliteit te verbeteren, water te besparen, de bodem te behouden en het klimaat te verbeteren. Alleen al de primaire functie van fotosynthese uit te voeren, dragen ze meer bij dan ze nodig hebben.
Naast het mogelijk maken van leven door zuurstof, koele schaduw, regen en een groenere en schonere omgeving, helpt het planten van bomen het natuurlijke ecosysteem draaiende te houden. Bomen helpen ook om geluidsoverlast te verminderen en fungeren als natuurlijke barrières.

Een boomplanter helpt zo de toekomstige generaties door het planten van een “erfgoed van het bos” en een “oogst van de komende eeuw”. … Dit is de reden waarom het planten van een boom wordt beschouwd als een symbolische daad van goedheid.
Ook planten mensen bomen om overleden dierbaren te eren (herdenkingsboom) of om hun dankbaarheid te uiten voor de geboorte van een kind (walnotenboom). Het planten van bomen wordt soms ook beschouwd als een daad van patriottisme of solidariteit.
Geïnspireerd door paus Franciscus ontstond een door jongeren gedragen beweging die zeven miljoen bomen wil planten en beschermen – en lokale gemeenschappen langs de Grote Groene Muur van Afrika en via “Tree Equity” in heel Noord-Amerika wil versterken. In België nemen ruim 50 geloofsgemeenschappen (waaronder christelijke studiehuizen) deel aan deze beweging door het planten van bomen bij een kerk of klooster.
Met andere woorden: bomen hebben een essentiële plaats ook in onze kloostertuin.
Wat is een “tiny forest”? Via deze link kan u een korte documentaire uit Nederland zien, die u er meer over meer vertelt.